Elke begint het reisverslag van vandaag met “hoera, de winkels zijn weer open” en “ik heb hoe langer hoe meer moeite om degelijk Nederlands te spreken met al dat Noors”. Beide zinnen hebben verder niets met mekaar te maken.
In de Bunnpriss aan de overkant van de straat slaan we alvast de benodigdheden voor het avondeten in. Elke kan het niet laten om een paar pakjes gelé voor thuis mee te nemen (van die felgekleurde blubberpudding) en ook Lofoten-vissoep-in-een-zakje mag zich op een tochtje richting België voorbereiden. We lokken Ärlis weg van de kassa zodat we nog snel wat paassnoep kunnen kopen en klaar is kees. Laat de paashaas maar komen vannacht!
In het reisverslag komt ook dat dit de dag is waarop Joeri vaststelt dat zijn loopschoenen letterlijk uit mekaar zijn gevallen. Ze verdwijnen na een uitgebreide fotosessie in de restafvalbak van de jeugdherberg.
Omdat een mens nooit genoeg kan weten, rijden we naar VilVite, “et opplevelses- og læringssenter for teknologi, naturvitenskap og realfag”. Wat zich laat vertalen als “het Noorse Technopolis; iets kleiner maar zeker zo leuk”. Voetbal spelen met luchtdruk, rolstoeldansen, computermannetjes eten geven, zelf animatiefilmpjes maken… het kan er allemaal.
Slimmer dan ooit tevoren keren we terug naar de jeugdherberg. Terwijl Joeri en Ärlis buiten gaan voetballen, ontfermt Elke zich over de koffers die terug volgestouwd moeten worden. De dikke jassen gaan er eerst in. In Bergen hebben we ze amper nodig gehad en volgens de thuisblijvers wacht ons een brandende 29° in België. Weg ermee dus, zo ver mogelijk.
Avondeten doen we opnieuw buiten, op het terras van de jeugdherberg. We kijken rond of we de paashaas in de buurt al zien rondhuppelen, maar helaas.










