De familie Puttevils – Thys is terug op “het continent”. Zo lazen we toch vanmorgen toen we om 7.30 uur de boot afreden in Frederikshavn. In de gietende regen. Na een zeer zonnig dagje Oslo en een bijzonder woelige overtocht waarbij we nét niet uit ons bed rolden en amper sliepen, kon dat qua “welkom terug” wel tellen…
Het lijkt al een eeuwigeheid geleden, maar we vertrokken dus gisterochend op een zeer beschaafd uur in Tønsberg. We zouden anderhalf uur doen over ons ritje naar Oslo.
Voelt u hem al komen? “Zouden”…
In de buurt van Asker, zo’n 22 kilometer voor Oslo, stonden we opeens in de file. Om half elf ’s ochtends. Balen! Na een half uur stapvoets verkeer (en heel veel commentaar van op de achterbank), reden we voorbij de plaats van het onheil (waar op dat moment natuurlijk niets meer te zien was); een olieplek op de baan. Na nog een beetje accordeon-rijden, verlieten we de ring rond Oslo en reden we richting Bygdøy, het museumeiland van Oslo.
Elke wilde daar deze zomer al naar het Norsk Folkemuseum gaan (het principe van Bokrijk, maar dan op z’n Noors), maar dat is toen niet gelukt. Ook in februari zat een tochtje naar Bygdøy er niet in en dus moest en zou het gisteren gebeuren. Niet zozeer voor de oude huisjes (Noorwegen staat er vol van en elk dorp heeft zijn eigen “folkemuseum”), maar wel voor de originele stavkirke van Gol. Want die staat in Oslo. En in Gol staat een replica. Maar daar hadden we het eerder al over.
Driewerd hoera. We hebben ze gezien! Van binnen en van buiten. En goedgekeurd.
Daarna naar het Vigelandpark. Daar hebben we deze zomer zowat elk beeld langs alle kanten bewonderd, dus dat moesten we ook al niet meer doen. Wél genoten van het feit dat de zuil op het einde van het park niet meer in de steigers stond. En dat er bijgevolg foto’s konden genomen worden.
Ärlis heeft vooral genoten van haar middagje in de Frognerbogen, de speeltuin in het Vigelandpark. De grootste niet-betalende openluchtspeeltuin van heel Noorwegen, zeggen ze. Plezier voor jong en oud, zeggen wij.
Rond 17.30 uur afgezakt naar de terminal van Stena, om onszelf en de mobilhome in te checken. Wat zonder problemen is gelukt. Het boarden zelf liet iets te lang op zich wachten (pas rond 19 uur).
Uw verslaggeefster ter plaatse heeft nog steeds last van het moment dat daar op volgde – na dik twee maanden afscheid nemen van Oslo (en de rest van Noorwegen). En ja, dat deed pijn. En ja, er zijn traantjes gevloeid. En ja, dat luchtte op, eventjes toch.
Nog snel een tochtje over de boot gemaakt. Waarbij we toch wel willen opmerken dat Color Line, zijn PR beter verzorgt door een foldertje te geven met een plattegrond van het schip. Op de boten van Color Line is er ook wel meer te beleven, het is luxueuzer… en duurder. En ze varen niet op Frederikshavn, dus we zeuren er niet verder over.
In onze kooi gekropen en oogjes dichtgedaan. Voor even toch. Want rond 23 uur begon de zee wel heel wild te worden. Achteraf gezien hebben Joeri en Elke (die boven/onder mekaar lagen in een stapelbed) heel de nacht door hetzelfde gedacht. Als er nu maar niemand zeeziek wordt, ik wil wel eens aan het dek gaan zien hoe hoog die golven zijn, amai dat was een harde boenk, zou er een lek zijn, zou dat nog lang duren, ik wil slapen, etc. Maar het kwam allemaal goed en om 6.40 uur kropen we dan ook totaal kapot onze kooi weer uit. Ärlis had er gelukkig niet al te veel van gemerkt en was relatief uitgeslapen.
Al rijdend ontbeten (chocoladewafeltjes die Marco en Ilvie voor ons hadden meegebracht) en na een zeer winderig en nat tochtje rond de middag in Billund aangekomen in Legoland Village. Jeugdherbeg en camping op nog geen kilometer van Legoland. Elke kamer heeft een speeltafeltje van Lego, het handdoekrekje in de badkamer is gemaakt van Legopaardjes, tussen de huisjes staat het hier vol mannetjes van Lego en overal kan er gespeeld worden. Super!
(We hadden ook voor het Legoland Hotel kunnen kiezen, maar dat is duurder en daar hadden we niet de mogelijkheid om zelf ons potje te koken. Ook veel minder speelruimte buiten… Onze keuze was dus heel snel gemaakt.)
Eerst de omgeving een beetje verkend – elk speeltuig is beklommen, elk mannetje besturdeerd – en daarna een plons gaan doen in het zwembad van Billund. Zat mee in de prijs van het arrangement (twee nachten met ontbijt + één keer avondbuffet).
Morgen is het dan D-Day; bezoek aan het enige échte Legoland. Waar het allemaal begon en waar het nog steeds te doen is. De grootste Lego-winkel in Europa! Levensgrote treinen van Lego. De Lego-studios!
Allez, we zijn er nog niet geweest en kunnen er nu al niet meer over zwijgen. Nu maar hopen dat het weer een beetje meezit. Duimen!
De familie Puttevils – Thys is terug op “het continent”. Zo lazen we toch vanmorgen toen we om 7.30 uur de boot afreden in Frederikshavn. In de gietende regen. Na een zeer zonnig dagje Oslo en een bijzonder woelige overtocht waarbij we nét niet uit ons bed rolden en amper sliepen, kon dat qua “welkom terug” wel tellen…
Het lijkt al een eeuwigeheid geleden, maar we vertrokken dus gisterochend op een zeer beschaafd uur in Tønsberg. We zouden anderhalf uur doen over ons ritje naar Oslo.
Voelt u hem al komen? “Zouden”…
In de buurt van Asker, zo’n 22 kilometer voor Oslo, stonden we opeens in de file. Om half elf ’s ochtends. Balen! Na een half uur stapvoets verkeer (en heel veel commentaar van op de achterbank), reden we voorbij de plaats van het onheil (waar op dat moment natuurlijk niets meer te zien was); een olieplek op de baan. Na nog een beetje accordeon-rijden, verlieten we de ring rond Oslo en reden we richting Bygdøy, het museumeiland van Oslo.
Elke wilde daar deze zomer al naar het Norsk Folkemuseum gaan (het principe van Bokrijk, maar dan op z’n Noors), maar dat is toen niet gelukt. Ook in februari zat een tochtje naar Bygdøy er niet in en dus moest en zou het gisteren gebeuren. Niet zozeer voor de oude huisjes (Noorwegen staat er vol van en elk dorp heeft zijn eigen “folkemuseum”), maar wel voor de originele stavkirke van Gol. Want die staat in Oslo. En in Gol staat een replica. Maar daar hadden we het eerder al over.
Driewerd hoera. We hebben ze gezien! Van binnen en van buiten. En goedgekeurd.
Daarna naar het Vigelandpark. Daar hebben we deze zomer zowat elk beeld langs alle kanten bewonderd, dus dat moesten we ook al niet meer doen. Wél genoten van het feit dat de zuil op het einde van het park niet meer in de steigers stond. En dat er bijgevolg foto’s konden genomen worden.
Ärlis heeft vooral genoten van haar middagje in de Frognerbogen, de speeltuin in het Vigelandpark. De grootste niet-betalende openluchtspeeltuin van heel Noorwegen, zeggen ze. Plezier voor jong en oud, zeggen wij.
Rond 17.30 uur afgezakt naar de terminal van Stena, om onszelf en de mobilhome in te checken. Wat zonder problemen is gelukt. Het boarden zelf liet iets te lang op zich wachten (pas rond 19 uur).
Uw verslaggeefster ter plaatse heeft nog steeds last van het moment dat daar op volgde – na dik twee maanden afscheid nemen van Noorwegen. En ja, dat deed pijn. En ja, er zijn traantjes gevloeid. En ja, dat luchtte op, eventjes toch.
Nog snel een tochtje over de boot gemaakt. Waarbij we toch wel willen opmerken dat Color Line, zijn PR beter verzorgt door een foldertje te geven met een plattegrond van het schip. Op de boten van Color Line is er ook wel meer te beleven, het is luxueuzer… en duurder. En ze varen niet op Frederikshavn, dus we zeuren er niet verder over.
In onze kooi gekropen en oogjes dichtgedaan. Voor even toch. Want rond 23 uur begon de zee wel heel wild te worden. Achteraf gezien hebben Joeri en Elke (die boven/onder mekaar lagen in een stapelbed) heel de nacht door hetzelfde gedacht. Als er nu maar niemand zeeziek wordt, ik wil wel eens aan het dek gaan zien hoe hoog die golven zijn, amai dat was een harde boenk, zou er een lek zijn, zou dat nog lang duren, ik wil slapen, etc. Maar het kwam allemaal goed en om 6.40 uur kropen we dan ook totaal kapot onze kooi weer uit. Ärlis had er gelukkig niet al te veel van gemerkt en was relatief uitgeslapen.
Al rijdend ontbeten (chocoladewafeltjes die Marco en Ilvie voor ons hadden meegebracht) en na een zeer winderig en nat tochtje rond de middag in Billund aangekomen in Legoland Village. Jeugdherbeg en camping op nog geen kilometer van Legoland. Elke kamer heeft een speeltafeltje van Lego, het handdoekrekje in de badkamer is gemaakt van Legopaardjes, tussen de huisjes staat het hier vol mannetjes van Lego en overal kan er gespeeld worden. Super!
(We hadden ook voor het Legoland Hotel kunnen kiezen, maar dat is duurder en daar hadden we niet de mogelijkheid om zelf ons potje te koken. Ook veel minder speelruimte buiten… Onze keuze was dus heel snel gemaakt.)
Eerst de omgeving een beetje verkend – elk speeltuig is beklommen, elk mannetje bestudeerd – en daarna een plons gaan doen in het zwembad van Billund. Zat mee in de prijs van het arrangement (twee nachten met ontbijt + één keer avondbuffet).
Morgen is het dan D-Day; bezoek aan het enige échte Legoland. Waar het allemaal begon en waar het nog steeds te doen is. De grootste Lego-winkel in Europa! Levensgrote treinen van Lego. De Lego-studios!
Allez, we zijn er nog niet geweest en kunnen er nu al niet meer over zwijgen. Nu maar hopen dat het weer een beetje meezit. Duimen!
Reaksjoner